22.1.08

Vacaciones

Met een laatste lange busreis van 27 uren kwam ik vorige donderdag thuis van een 11-daagse rondreis in Noordwest-Argentinië, de Andesstreek in het grensgebied met Chili en Bolivia en in vele opzichten de 'oudste' streek in Argentinië. Het is daar dat je nog het meest geconfronteerd wordt met wat overgebleven is van inheemse bevolking, hun cultuur en hun tradities. Op cultureel vlak is het dan ook, samen met de grootstad Buenos Aires, het interessantste stuk van Argentinië. Op het gebied van natuur en geografie is het er zeer kleurrijk, gevarieerd, hoog, droog en warm.

Mijn reis begon met een eerste busreis van 15 uren naar het beginpunt van mijn reis, San Miguel de Tucumán, hoofdstad van de kleinste provincie van Argentinië en de stad waar in 1816 de onafhankelijkheid van het land werd uitgeroepen. Historisch een belangrijke plaats dus en dat is er ook aan te zien. Tucumán heeft een zekere grandeur en belangrijke gebouwen als de kathedraal en het paleis van de gouverneur zijn er groter en indrukwekkender dan in de meeste andere provinciehoofdsteden. Het huis waar bijna 200 jaar geleden de onafhankelijkheid werd uitgeroepen staat er nog steeds en elke avond kan je er terecht voor een oersaai klank- en lichtspel waarin het historische feit nog eens dunnetjes wordt overgedaan. Het komt erop neer dat er af en toe lichtjes beginnen te branden en je stemmen hoort die uit die lampen lijken te komen. Op een overdreven dramatische en nationalistische manier (en met vrij amateuristische geluidseffecten) proberen die stemmen de momenten van toen te doen herleven. Op mij had het weinig effect, het klonk me meer als een soap dan als iets dat een werkelijke historische waarde heeft. Zouden die mensen in 1816 werkelijk praten als personages uit 'The Bold and the Beautiful'? Het was vrij lachwekkend, maar dat vonden de andere bezoekers, bijna allemaal Argentijnen, geenszins. De nationalistische gevoelens van een Argentijn zijn gemakkelijk aan te wakkeren: een lamp roept 'Viva la Patria' en meteen zie je het vuur in de ogen van je buur. Als op het einde van het klank- en lichtspel als 'moment suprême' het nationale volkslied weerklinkt, zingen ze dan ook allemaal mee. Ik ken niet eens de woorden van mijn eigen volkslied dus ik sta er wat ongemakkelijk bij als enige die de lippen stijf op elkaar houdt. En eerlijk gezegd, zelfs al zou ik het kennen... ik ben niet zo'n volksliedzanger.
Het oorspronkelijke plan was om twee dagen in Tucumán te blijven, maar de hitte is er zo ondraaglijk drukkend dat ik al na één dag de bergen in vlucht, waar het op zijn minst 's nachts lekker afkoelt. Mijn eerste berghalte is Tafí del Valle, op zo'n drie uren reizen van de stad. Tafí ligt nog binnen dezelfde provincie die niet toevallig de bijnaam 'de tuin van Argentinië' heeft. Het is er erg groen. Hoe noordelijker je gaat, hoe droger het wordt, maar in de provincie Tucumán is het klimaat bijzonder gunstig voor fauna en flora. Tafí ligt op zo'n 2000 meter hoogte in een prachtig groene vallei met een riviertje, een meer in de buurt en omringd door groene bergtoppen. Ideaal voor mooie, lange wandelingen in een omgeving die de tegenpool is van de metropool waar ik woon. Ook al wordt het dorpje in de zomer overspoeld door toeristen (en de meest luidruchtigen zijn altijd de porteños, inwoners van Buenos Aires), er rondom is het heerlijk stil en rustig. Ik blijf er dan ook twee nachten om Buenos Aires helemaal van mij af te schudden en trek dan verder noordwaarts.
Een paar uren verder ligt Cafayate, een ander typisch valleidorp in het Noordwesten van Argentinië. Cafayate ligt al in de provincie Salta en is een belangrijk wijncentrum. Na Mendoza, waar ik vorig jaar was, is Cafayate de belangrijkste wijnstreek van het land. Het kleine dorp ligt dan ook te midden van de wijngaarden die je natuurlijk (bijna) allemaal kan bezoeken. Omdat ik alleen reis doe ik dat niet, want het leukste van zo'n bodegabezoek is de degustatie en dat doe je beter in goed gezelschap dan alleen. Cafayate is ook het begin van een natuurgebied dat bekendstaat als de Quebrada (kloof) de Cafayate, een berggebied waarin een riviertje er op enkele miljoenen jaren tijd in slaagde een geweldige kloof te slaan. Hier beginnen de typische kleuren van de streek, het rood, oranje, geel, groen, blauw van de bergen en de rotsen. Een kleurenspektakel dat honderden kilometers blijft duren. Tijdens de volgende etappe, van Cafayate naar provinciehoofdstad Salta, rijdt de bus de hele Quebrada door, zodat je alles goed kan zien en kan vastleggen op foto.
In Salta neem ik een pauze van twee dagen. Vakantie binnen de vakantie, zeg maar. Busreizen, het slapen in slaapzalen van jeugdherbergen met een handvol vreemden en de vele, lange wandelingen hebben me inmiddels redelijk uitgeput en het mooie en rustige Salta is een ideale plek om de batterijen op te laden. Salta is een stad en daar had ik inmiddels weer even behoefte aan. Lekker rondwandelen op geasfalteerde straten (in plaats van zandwegen), eens naar de cinema gaan (in plaats van naar een optreden van een plaatselijke folklorezangeres), je mail eens kunnen checken, een krant kopen,... Alle dingen die ik de laatste dagen niet of nauwelijks kon doen, kan ik hier wel doen. Vier dagen in de natuur en ik begin al lichtjes zot te worden. Salta komt dus als geroepen.
Na twee dagen 'beschaafde' wereld trek ik verder. Ik heb namelijk een belangrijke taak te vervullen. Ik moet weer eens het land uit. Om de drie maanden moet ik Argentinië verlaten, ook al is het voor vijf minuten, zodat ik daarna weer ongestoord - en legaal - mijn leven hier kan verderzetten. Het is een goed excuus om eens wat te reizen, maar het begint wat vervelend te worden, zodat ik beslist heb om (eindelijk!) een verblijfsvergunning aan te vragen, zodat ik kan komen en gaan wanneer ik dat zelf wil. Deze keer koos ik ervoor om in het Noordwesten de grens over te steken, wat mij voor de eerste keer in mijn leven in Bolivia doet belanden. Ik ben welgeteld twee uren in Bolivia geweest, dus veel kan ik er niet over zeggen. Villazón is een typisch grensstadje, een beetje verloederd, op zich weinig interessant maar vol van de goedkope winkeltjes. Wie denkt dat Argentinië goedkoop is, moet maar eens naar Bolivia gaan. Voor zo'n 6 euro kocht ik er voor Pato een dikke trui in echte lama-wol.
Als ik terug wil keren naar Argentinië heb ik miserie. Volgens de Boliviaanse wet kan je immers niet op dezelfde dag het land binnenkomen en verlaten. Dat wist ik niet en ik had al mijn spullen nog in Argentinië, aangezien ik nog diezelfde dag naar mijn volgende bestemming wou gaan en ik niet de hele dag met de rugzak wou rondlopen. Met andere woorden, ik moet terug. De flik van dienst weigert mijn paspoort af te stempelen, maar de grensovergang tussen Argentinië en Bolivia is zo chaotisch dat ik me van de domme gebaar en toch maar de grens oversteek. Niemand heeft in de gaten die ik illegaal het land verlaat en als ik over de brug terug in Argentinië aankom, krijg ik zonder moeite een stempel waarmee ik opnieuw voor drie maanden op mijn gemak ben. Taak volbracht.
Daarna keer ik terug zuidwaarts, met nog een paar plekjes op het reisschema alvorens naar huis terug te keren. Ik kies Humahuaca als volgende halte, een klein pittoresk dorpje in de meest noordelijke provincie van het land, Jujuy. Humahuaca is mooi op zich, maar het is vooral de ideale uitvalsbasis om een andere plek te bezoeken. Die andere plek heet Iruya, een dorpje in het middenin van het hooggebergte dat moeilijk toegankelijk is maar prachtig schijnt te zijn. Iedereen die ik mijn reis tegenkom, collega-backpackers, raadt mij aan om naar Iruya te gaan en het lijkt me een mooie plek om de reis af te sluiten.
De busrit van Humahuaca naar Iruya is al de moeite waard op zich. Drie uren op een zandweg doorheen het hooggebergte is niet comfortabel reizen, maar je kijkt wel je ogen uit. De bus klimt eerst tot 4000 meter hoogte wat een hele ervaring is. Nog nooit eerder bevond ik mij zo hoog boven de zeespiegel en erg gezond is het niet. De hoogte geeft je een barstende koppijn en elke inspanning die je doet put je helemaal uit wegens gebrek aan zuurstof. Daarom kauwt iedereen hier cocabladeren. Maar het is maar voor een paar uurtjes, die ik besluit het tochtje te ondernemen zonder enige hulpmiddelen. En ondanks de ongemakken van de grote hoogte is het meer dan de moeite waard. Als de bus begint af te dalen verwacht je op een bepaald moment niet dat je nog een levende ziel tegenkomt. Zo diep in de bergen ben je inmiddels aanbeland. Tot daar ineens een dorpje verschijnt: Iruya. Het is klein, maar inderdaad heel bijzonder. De omgeving is er indrukwekkend en het is een ideale plek om een mooie reis af te sluiten. Ik blijf er maar een paar uren, want langer hou je het niet vol op die hoogte, tenzij je pillen begint te slikken. Diezelfde dag keer ik terug naar Humahuaca en later - middenin de nacht - neem ik de bus naar Buenos Aires waar ik dus zoals gezegd 27 uren later, doodop, aankom.
Foto's van dit alles kan je zien op de vertrouwde site.

Geen opmerkingen: